Gisteren was het exact twee jaar geleden dat kanker zijn intrede deed in ons gezin. We herinneren ons de verslagenheid, het verdriet, de angst nog alsof het gisteren was, evenals de overrompeling van die eerste weken: onze zoon, die net als de andere kinderen in ons gezin voordien een bijna blanco medisch dossier had, werd plots van het ene naar het andere onderzoek gesleept. De narcoses, bloednames, scans, röntgenfoto’s, operaties, chemo’s enz. volgden elkaar in een razend tempo op. Veel tijd om na te denken was er niet, we moesten mee met de mallemolen.
Bijna twee jaar later, konden we de nieuwe behandeling in relatieve rust starten. De verslagenheid en het verdriet waren nog steeds groot, de angst nog veel groter. Maar tegelijk kwamen we terug op bekend terrein. We kenden de artsen, de verpleging, de onderzoeken, de afdeling, de hele logica en alle hygiënische maatregelen bij een chemokuur, de hele administratieve rompslomp al. Dat maakte dat we van in het begin al onze aandacht op Lucas en ons gezin konden richten.
Vandaag staan we mogelijks aan de vooravond van een nieuwe fase, waarin we opnieuw in een heel onbekende situatie terecht komen: ander land, andere taal, ander ziekenhuis ver weg van huis en een ontzettend risicovolle ingreep waarvan de uitkomst heel onzeker is. We zien er als een berg tegenop, maar zullen wellicht ook nu weer weinig keuze hebben.
Twee jaar na de eerste kennismaking lijkt het alsof we die vreselijke indringer nooit meer zullen kunnen afschudden. Kanker laat zich niet zomaar wegsturen, althans niet zonder een spoor van vernieling achter te laten. We kunnen maar hopen dat we uiteindelijk aan een wederopbouw zullen kunnen beginnen …